Steenfabriek De Roodvoet (11 juni 2018)

De steenfabriek De Roodvoet

In het “Oude Schiltboeck van de Vrijheijt Wijck” van 1599 staan de namen van alle grondbezitters met hun aanslag van belasting. Zo staat vermeld dat de Kinderen van Lockhorst een weert (uiterwaard) bezaten genaamd Den Roodvoet, groot 28 of 29 morgen of daaromtrent. Deze weert was toen dus nog gelegen in de provincie Utrecht. De naam van deze uiterwaard zou volgens overleveringen zijn ontleend aan een daar aanwezige laag rode klei van een voet dik (ca 35 cm.). Ten behoeve van de afsnijding van de hinderlijke Rijnbocht had het Rijk omstreeks I869 diverse percelen grond in deze uiterwaard onteigend.

Op 20 januari 1883 kocht de firma Terwindt & Arntz uit Nijmegen op een publieke veiling een perceel van 30 hectare in deze uiterwaard. Zij richtten er een nieuwe steenfabriek op welke wordt vernoemd naar de naam van de uiterwaard: De Roodvoet. In 1885 verleenden B. en W. van Wijk bij Duurstede een hinderwetvergunning voor de plaatsing van stoomwerktuigen. Er werden veldovens opgericht en in 1896 werkten er al 82 mensen op de steenbakkerij. De firma Terwindt & Arntz stond voor grote investeringen in hun ondernemingen in Lobith. In 1902 besloot de firma het landgoed “Nijenheim” en de steenfabriek “De Roodvoet” te Wijk bij Duurstede te verkopen In het jaarverslag, waarin “De Roodvoet” voor het laatst op de balans voorkomt lezen we: “door het aller-treurigst stoken van de baas aldaar, hebben wij hier een zeer slecht resultaat gehad”. Toen op 15 januari 1903 het eiland voor ca. f 90.000, – werd verkocht aan Stephan Arntz uit Nijmegen, was het complex al tot ca. 4,5 ha uitgebreid. Arntz bracht de fabriek tot grote bloei. In 1911 waren er al 149 mannen en vrouwen werkzaam op de fabriek. Rond 1937 werd de klei per schip aangevoerd en met een stoomlocomotief naar de fabriek vervoerd. De locomotief is bewaard gebleven en is volledig gerestaureerd te bewonderen in het Smalspoormuseum in Valkenburg ZH.

Aan het eind van de tweede wereldoorlog lag de fabriek stil wegens gebrek aan brandstof. Een aantal Ingense schippers hadden hun schepen in het haventje van de fabriek afgemeerd in de hoop uit het zicht van de Duitsers te blijven die hun schepen gevorderd hadden. Veel schippers woonden met hun gezinnen in de kamers van de steenfabriek. Sommige maakten er maar het beste van en bekleedden de wanden in de gangen van de fabriek zelfs met papier. Door toedoen van een tip van de Maurikse ondergrondse kregen de Engelsen eind maart 1945 te horen dat er Duitse munitieschepen waren gelost in het haventje bij de steenfabriek De Roodvoet in Rijswijk. Ook zouden de schepen in het haventje en de kamers van de steenoven vol met munitie liggen. Vermoedelijk is de boodschap verkeerd overgekomen of begrepen, want de munitie was gelost op steenfabriek De Lunenburgerwaard in Wijk bij Duurstede, recht tegenover deze steenfabriek. Op zaterdag 31 maart 1945 rond 18.15 uur zetten 36 geallieerde jachtbommenwerpers hun aanval in op het gebied rondom De Roodvoet. Op het terrein van de steenfabriek waren ongeveer honderd evacués ondergebracht. Door het onheilspellend geronk van het eskader bommenwerpers vluchtten velen van hen de stokgangen van de ovens in. De bommenwerpers wierpen elk zes bommen af op de fabriek en de in de haven liggende schepen. Gelukkig bleken de dikke muren van de ovens bestand tegen de hevige explosies. Helaas konden elf ongelukkigen geen goed heenkomen vinden en overleefden de gevolgen van de luchtaanval niet. De ravage op het fabrieksterrein was enorm.

Na de oorlog wordt het complex voortvarend hersteld en weer in bedrijf genomen.
Met de aanleg van het stuwcomplex bij Maurik in de jaren 1959-1962 is het terrein van De Roodvoet doorgraven met een nieuw kanaal. Het grondgebied ging toen over naar
de provincie Gelderland. Na het overlijden van Stephan Arntz in 1964 werd het bedrijf ingebracht in een nieuw opgerichte vennootschap, de N.V. Mij. tot Expl. Van Waalsteenfabrieken. Zijn zoon Willem, die de fabriek al geruime tijd leidde, werd aangesteld als directeur. In 1976 verkocht de familie De Roodvoet aan de Brabantse steenbakkersfamilie Van Hapert uit Eindhoven. Deze brachten de fabriek onder in Van Hapert Beheer. De verkoopactiviteiten werden later ondergebracht bij het verkoopkantoor Waalsteen Driebergen.

In 1982 brak er een zware brand uit op De Roodvoet wat zeker de aanzet heeft gegeven tot een grootscheepse modernisering van het bedrijf. Er werd een gasgestookte tunneloven gebouwd. Het was een enorm brede oven waar wel twintig bladen in de breedte geladen konden worden. Voor die tijd een oven met enorme afmetingen. Verder werd er een complete zet- en ontladingsmachine geplaatst. Hiermee kwam veel zwaar handwerk te vervallen.
Van de zusterfabriek De Lunenburgerwaard werd de vrij nieuwe Hubert handvormpers overgeplaatst. In zijn uitvoering een heel bijzondere machine welke werkte met dubbele vormbakken. De Roodvoet fabriceerde verschillende formaten. Naast het gewone waalformaat voerde de fabriek rijnformaat, ijsselformaat, vechtformaat, euroformaat en dikformaat. Dit betekende dat de fabriek een enorme voorraad aan verschillende vormbakken had, voor elk formaat een complete serie. In 1998 wordt het bedrijf overgenomen door Hanson-Desimpel en een jaar later in 1999 door Terca-Koramic. Deze laatste wordt in 2002 opgekocht door de Wienerbergergroep. De fabriek gaat verder onder de naam Wienerberger Steenfabriek De Roodvoet.

Onder druk van de recessie wordt in maart 2009 de productie stilgelegd. In juni 2010 stopt ook de verkoop op de fabriek en wordt De Roodvoet gesloten.
Wat rest zijn de vele handvormstenen met het ingedrukte voetje welke de herinnering aan deze fabriek nog lang levend zullen houden.

Rob A. J. Vermeulen – Voorburg 2010

https://photos.app.goo.gl/dMvLbkN1hknB7gLq6

Leave a Reply

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.