Het vliegermonument (5 augustus 2020)

In de nog zelfstandige gemeente Zuilen – in de wijk Mariëndaal – werd in 1938 op initiatief van gemeente secretaris Ad van der Weerd dit monument gebouwd door ‘jeugdige werkloozen’ van Zuilen. Juist in de crisisjaren waren de luchtvaartpioniers mannen om trots op te zijn. Nederlandse fabrikanten als Fokker en Koolhoven speelden vooral in de beginjaren van de luchtvaart een belangrijke rol. De Koninklijke Luchtvaart Maatschappij had – wereldwijd – de langste lijnvlucht, met verbinding naar het toenmalig Nederlands Indië. De vliegtuigen van toen waren lang niet zo betrouwbaar als de huidige en met dit monument wilde men het respect tonen voor de slachtoffers en de pioniers.

Onder leiding van de gemeente-architect W.C. van Hoorn werd het bolwerk voltooid. De Utrechtse beeldhouwer Joh. Uiterwaal werd opgedragen voor dit monument ‘een vrucht van zijn handen- en geestesarbeid af te leveren’.
In het tuindorp Mariëndaal werden de straten – op één na – vernoemd naar Nederlandse pioniers van de luchtvaart. Beroemde mannen uit de luchtvaart, waarvan enkele ook bij de onthulling aanwezig waren, zoals de heren F. Koolhoven, M van Meel, H. Wijnmalen en Adr. Mulder. Het monument staat in de straat die genoemd werd naar Clement van Maasdijk, de eerste Nederlandse vlieger die, 25 jaar oud, zijn leven offerde als luchtvaartpionier.

Tijdens de rede van Adr. Mulder verschenen er vijf jachtvliegtuigen, die op geringe hoogte een demonstratie gaven van wat de Nederlandse luchtvaart presteert. Het gedaver was zo groot, dat de rede telkens onderbroken moest worden. Na afloop van zijn rede legde Adr. Mulder een krans voor de gevallen pioniers.

Het monument bestaat onder meer uit een halfrond muurtje met in het midden een zuil. Aan de voet van de zuil bevindt zich een gedenkplaat. Boven op de zuil staat een object met twee dichtgevouwen vleugels en wat lager aan weerszijden twee vliegtuigjes. De firma Copijn legde deels om het werk een plantsoen aan met een (inmiddels verdwenen) vijver waarin ook twee fonteinen werden aangebracht.
In bredere zin verrees het kunstwerk in een nieuwbouwwijk waarin diverse straten naar Nederlandse luchtvaartpioniers werden vernoemd. Zo is de straat waarin het staat vernoemd naar Clément van Maasdijk.
Het Vliegermonument is tevens al kort na de oprichting in miniatuur nagemaakt om te dienen als wisseltrofee in een toernooi dat tot minstens 1967 werd georganiseerd door de lokale voetbalclub USV Elinkwijk.

Het Vliegermonument was een werklozenproject. Het Utrechtsch Dagblad schonk op 23 april 1938 aandacht aan de bouw ervan:

“ZUILEN, 23 April. – Aan het eindpunt van tramlijn 3 is dezer dag het nieuwe stratenplan der gemeente gereed gekomen. Deze nieuwe wijk in Zuilen, het Tuindorp “Mariëndaal”, is ruim aangelegd met breede straten en plantsoenen. Er is een boomaanplant op de breede trottoirs en bij avond goede straatverlichting. Er zijn reeds tientallen huizen onder de Directie van Gemeentewerken gebouwd.
Langs de Amsterdamschestraatweg bevindt zich een breede parallelweg van plm. 5 M. waar eventueel auto’s geparkeerd kunnen worden. Verder is er een tijdelijke verbindingsweg van plm. 8 M. breedte aangelegd, waardoor men via Tuindorp de huizen aan de Prinses Beatrixlaan en de J.M. de Muinck Keizerkade kan bereiken.
De straten in dit nieuwe Tuindorp zijn behoudens dan de Weth. D.M. Plompstraat, genoemd naar pioniers van het vliegwezen.
Op initiatief van den heer A.J. van der Weerd, den gemeente-secretaris, zijn er plannen gemaakt om te komen tot het oprichten van een monument ter herinnering aan de pioniers van het vliegwezen. Deze plannen zijn thans geen plannen meer, er zal nu spoedig tot uitvoering worden overgegaan.
Het monument zal opgericht worden op het plantsoen aan de C. van Maasdijkstraat em de Wethouder D.M. Plompstraat en wel komende van den Amsterdamschestraatweg aan de rechterhand.
Het gedenkteeken dat een ontwerp is van den heer W.C. van Hoorn, gemeenteteekenaar, mag als zeer geslaagd worden beschouwd.
Het monument wordt plm. 8 M. hoog en zal worden uitgevoerd in handvormsteen. Het geheel zal gekroond worden door een paar vleugels, de aviatiek voorstellende. Links en rechts komt nog eenig beeldhouwwerk.
Het beeldhouwwerk wordt uitgevoerd door den Utrechtschen beeldhouwer J.W. Uiterwaal.
Voor het monument is een plateau van flagstones ontworpen, terwijl het aan beide zijden begrensd wordt door een halfcirkelvormig muurtje. Het monument zal van een voetlicht worden voorzien.
Het geheel is gedacht in een plantsoenaanleg. In dit plantsoen zal een vijver worden aangebracht van plm. 16 M. x 5 M.
De tuinarchitectuur wordt verzorgd door de Fa. Copijn te Maartensdijk.
Tegenover het monument is in denzelfden halve cirkel een bank ontworpen, de Prinses Beatrixbank. Van deze bank af heeft men dan een goed zicht op het monument.
Door verschillende der alhier gevestigde bedrijven zijn hooge bedragen geschonken, terwijl ook de bouwondernemers en andere particulieren hebben medegeholpen om de vereischte gelden bijeen te krijgen. Verder zal van het te verwerken materiaal het grootste gedeelte nog worden geschonken.
Zij die nog een bijdrage voor dit monument willen geven, kunnen dit doen door storting op girorekening Nr. 126134 ten name van A.J. van der Weerd te Zuilen.
Het werk zal voor zoover mogelijk worden uitgevoerd door jeugdige werkloozen, in den leeftijd van 14 tot 24 jaar, natuurlijk onder deskundige leiding.

Over de onthulling schreef het Utrechtsch Dagblad van 20 juli 1938 het volgende:

“Vanaf den Straatweg werden de genoodigden en belangstellenden door de feestelijk versierde Weth. D.M. Plompstraat, waar tevens de junioressen der plaatselijke vereenigingen een eerehaag vormden naar de C. van Maasdijkstraat geleid, waar de onthulling plaats zou vinden. Overal waren er vlaggen geplaatst, en de bewoners droegen ook het hunne er toe bij om het geheel een fleurig aanzien te geven. Onder de zeer vele autoriteiten, die de plechtigheid bijwoonden merkten we op: mr. dr. L.H.N. Bosch Ridder van Rosenthal, Commissaris der Koningin in de provincie Utrecht, M.H. Eggink, burgemeester van Maarssen en Maarsseveen, H.P. van der Borch tot Verwolde van Vorden, burgemeester van de Bilt, mr. J.M.M. Hamers, burgemeester van Jutphaas, jhr. J. Huydecoper van Maarseveen, burgemeester van Westbroek en Achttienhoven, W.H. Baron Taets van Amerongen van Renswoude, burgemeester van Oudenrijn, F.L. Los, burgemeester van Houten, J.A. Verder, burgemeester van Vleuten: de heeren J.H. Mulder, onderdirecteur van de U.W.M., ir. W.L.C. Buinings, directeur van de P.U.E.M.
Van militaire zijde waren aanwezig de commandant van de luchtvaart-afdeeling Soesterberg, F.A. van Heyst en zijn kapitein-adjudant.
Voorts zagen wij de heeren F. van den Hout, controleur van het cultureel werk voor werkloozen, ir. J.P. Minderhoud, directeur van Werkspoor, dr. A.J. Bossers uit den Haag, mr. J.A.M. Koch, notaris en advocaat, de heer J. Jonker, directeur van de Borstelfabriek, directeur van de Muinck Keizer, W.A. Hoek, directeur van de Zuurstoffabriek te Schiedam.
Ook waren aanwezig de heeren H. van Wijnmalen, H. van Meel, A.F.R.M.C.H.W. Mulder en F. Koolhoven, de bekende pioniers der Nederlandsche Luchtvaart.
Het voltallige college van B. en W. van Zuilen was met de raadsleden aanwezig. Zoo ook de hoofden der scholen in Zuilen met het onderwijzend personeel, alle ambtenaren ter gemeente-secretarie, en tal van ingezetenen der gemeente Zuilen. De meeste personen waren vergezeld van hunne dames.

Nadat alle genoodigden gezeten waren openden het Zuilens fanfarecorps deze plechtigheid met een marsch getiteld ‘‘Luchtvaart pioniers’’, die aan Adriaan Mulder en zijn medepioniers is opgedragen.

Vervolgens trad de heer O. Norbruis, burgemeester van Zuilen, naar voren, om allereerst de gevallenen te herdenken:
‘‘Diegenen die hun leven hebben gelaten in de strijd tegen de elementen en die hebben gekampt voor onze nationale eer.
Hiervan hebben wij niet gemakkelijk een overdreven voorstelling. Laten wij bedenken met wat voor een geringe hulpmiddelen onze pioniers hun werk deden. Als men de tocht wilde aanvaarden met de wankele bouwsels van dien tijd was het een wagen op leven en dood, en geen instrumenten stonden den koenen luchtvaarthelden ten dienste. Zien wij b.v. de biplane van 50 p.k. Gnômemotor, waarmede Marinus van Meel breveteerde, dan zouden wij thans zelfs den moed missen op deze kinderwagenwielen over het aardrijk voort te rollen, laat staan het luchtruim in te trekken. En het behoeft dan ook meer bewondering dat de geestkracht dier helden een deel hunner in het leven spaarde, dan dat velen dit lieten in de strijd.
Hunne herinnering blijve dan ook voor ons een aansporing, om naar de mate onzer krachten, en ieder op de plaats, waar hij werd gesteld, voort te arbeiden aan het welzijn van ons volk en de roem der natie. Zij, die hebben gearbeid zoolang het dag voor hen was onder de meest moeilijke omstandigheden die zich denken laten, hebben er recht op dat wij allen voortbouwen op het door hen gelegde fundament voor een schoon, betrouwbaar en hechtgebouw: De Nederlandsche Luchtvaart’’.

Nadat de ‘‘Marche funèbre’’ van Chopin ten gehoore was gebracht vervolgde de burgemeester zijn rede.

‘‘Wanneer wij de balans opmaken over de laatste honderd jaar Nederlandsche geschiedenis, dan is er ongetwijfeld veel, zeer veel tekortkoming te constateeren en is er nog plaats voor de gemengde gevoelens van trots en vrees, gelijk Potgieter ze ons schilderde in den aanhef van zijn beroemd ‘‘Rijksmuseum’’.
Wie onzer zou met de hand op het hart durven verklaren aan die tekortkoming niet schuldig te staan? Maar gelijk ik zeide, er is ook plaats voor rechtmatige trots.
Gelijk de Hollandsche zeevaarders in de zeventiende eeuw onze natie een eerste plaats wisten te geven door hun kloek, moedig en onversaagd optreden, zoo hebben onze luchthelden in de twintigste eeuw er het hunne toe bijgedragen dat Nederland, hoe klein het ook mag zijn in de rij der Europeesche staten, daaronder op het gebied der luchtvaart een hooge plaats inneemt.
Ik geloof niet, dat de pioniers op luchtvaartgebied zich al te veel hoofdbrekens hebben gemaakt over allerlei economische beweegredenen, die hen zouden aansporen of terughouden hun zwaar en moeilijk werk te verrichten. In tegendeel, velen hebben zulks naar den mensch gesproken wellicht soms te weinig gedaan, maar vast staat, dat zij als mannen van de daad eenvoudig uit plichtsbesef en met onverschrokkenheid, die slechts weinigen is gegeven, hebben gehandeld en dat onze dankbaarheid, waarnaar zij nimmer hebben gevraagd, toch hun deel dient te zijn. Dit is dan ook de reden geweest dat het gemeentebestuur van Zuilen in een geheel nieuw stratencomplex in deze gemeente op de straatnaamborden de namen onzer Nederlandsche Luchtvaartpioniers heeft vastgelegd en het is met voldoening dat ik thans in de gelegenheid ben gesteld Zijne Excellentie den Commissaris der Koningin in dit gewest te verzoeken een monument te willen onthullen ter eere van die pioniers in de straat die wij noemden naar Clement van Maasdijk, den eersten Nederlandsche vlieger, die zijn leven offerde voor het hem nagestreefde doel.
Het is niet zonder tragedie, dat het gemeentebestuur onder den druk der tijden niet in de gelegenheid zou zijn geweest dit monument te stichten zonder dat jongen werkloozen hier hun krachten hebben gewijd aan de eer die wij, jongeren, aan de voortrekkers zijn verschuldigd. Ik reken het mij dan ook plicht Zijne Excellentie den Minister van Sociale Zaken wel den dank van het gemeentebestuur te betuigen voor de medewerking in dit opzicht ondervonden. Zoo ook de particulieren en ondernemingen die de gelden hebben bijeengebracht om tot de stichting en onthulling te geraken, waarvan ik met name thans alleen zal noemen den kort geleden onslapen oud-wethouder van Zuilen den heer Dirk Marie Plomp.
Thans nog een kort woord tot onze jonge werkloozen. Jongens, ge hebt het hier verrichte werk niet tot stand gebracht omdat ge er veel mee kondet verdienen. Slechts een karig zakgeld kon u worden geschonken.
Maar ik weet dat de meesten onder u er arbeidsvreugde bij hebben genoten, om onder de voortreffelijke leiding van den heer Van Hoorn, die een en ander heeft ontworpen en uw bezielenden voorwerker, den heer Nieuwland, dit eenvoudige bouwwerk te voltooien en de reeds zeer beroemde beeldhouwer de heer Uiterwaal zal het zich een voldoening rekenen, dat de vrucht van zijn handen en geest als het ware door uw nog zwakke armen, maar met de geestdrift der jeugd hoog wordt gehouden hier in het centrum van ons vaderland en daarmee als het ware te midden van crisis en werkloosheidsmalaise een getuigenis af te leggen met profetische inhoud.
Mijnheer de Commissaris der Koningin, ik verzoek u thans wel het Vliegermonument te willen onthullen’’

Leave a Reply

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.